Oorlogskinderen

Hechting wil zo veel zeggen als in hoeverre je verbonden voelt met de ander.Als je boeken over dit onderwerp leest of een cursus volgt over hechting komt je snel uit bij de onderzoeken van John Bowbly.

In 1948 werd John Bowlby gevraagd door de Verenigde Naties om onderzoek te doen bij kinderen die door de Tweede Wereldoorlog van hun ouders waren gescheiden.
Alleen al in Engeland werden meer dan 70.000 kinderen tijdens en na de oorlog ondergebracht in ziekenhuizen, internaten en pleeggezinnen.
In 1951 waren de voornaamste resultaten uit dit onderzoek dat kinderen, door welke oorzaak dan ook gescheiden zijn van hun ouders, in moeilijkheden terecht kunnen komen.
“Het laat geen twijfel dat een langdurige onthouding van moederlijke liefde ernstige en diepgaande gevolgen kan hebben op karakter en persoonlijkheid voor het gehele leven”(Bowbly).

Niet erg hoopgevend.Bowbly had daarnaast overtuiging dat de moeder het kind kon laten ontsporen en sloot zijn onderzoek af met talloze adviezen en maatregelen

Het jammere is dat als je maar over één onderzoeker leest of les krijgt, je alleen maar rechtdoor gaat.
Ik neem graag een zijweggetje en op een van die zijweggetjes kwam ik het werk van Dr. Jan Hendrik van den Berg tegen.
In zijn boek”Dubieuze liefde in de omgang met het kind(1958)”houdt hij de theorie van Bowbly onderste boven en laat hij verschillende onderzoekers aan het woord.

Jan van den Berg brengt een nuance aan.Hij vindt dat Bowbly voorbij gaat aan de situatie van het kind dat de moeder er wel is maar geen moeder is.Niets kan toch zo schadelijk zijn als heen en weer geslingerd worden door een moeder die op grond van haar presentie, aantrekt en die op grond van haar onvermogen afstoot, aldus van den Berg.

“Adviezen?Maatregelen?Wat betekent een advies in dit verband,wat een maatregel?Laten wij aannemen,dat de moeder haar kind niet op de juiste manier;dat is:niet met voldoende moederlijkheid te gemoet treed en dat deze zelfde moeder –o wonder-toegankelijk blijkt voor een verstandig advies.
Zij brengt het advies in praktijk.Wat doet zij dan?Zij handelt op advies,schenkt warmte op advies,zij is lief op advies,kortom wordt moeder op advies.
Had het kind een liefdeloze moeder,de kans is niet denkbeeldig dat het nu een moeder heeft die behalve van nature liefdeloos is ook kunstmatig liefderijk is”
De kritiek die van den Berg verder op het onderzoek van Bowbly heeft is dat Bowbly de stelling inneemt dat het kind voor een leven lang beschadigd is maar tegelijkertijd kinderen tot minimaal hun 15e jaar heeft gevolgd en onderzocht.Hoe het met deze kinderen verder is gegaan is niet in het onderzoek opgenomen.

Een ander overtuiging was dat een oorlogskind een neuroot werd.
Katherine Wolf plaatste in al 1945 een artikel in The Psychoanalystic Study of the Child waarin zij uitlegde dat kinderen die geëvacueerd waren naar pleeggezinnen, leden onder de scheiding van hun ouders.Symptomen waren dat ze weinig interesse hadden in hun nieuwe huis en omgeving, concentratieproblemen en bed plassen.
Van deze geëvacueerde kinderen ontwikkelde weinig een neurose, door de scheiding van de ouders was het logisch dat deze kinderen weinig belangstelling hadden voor de vreemde omgeving waarin zij geplaatst waren.
”De kinderen leefde een tijd lang in de mist als het ware,in een mist die ze behoedde veel te zien van de omringende vreemdheid{..}Vandaar dat de kinderen,behalve die welke voor de evacuatie reeds neurotisch gestoord waren,niet echt neurotisch werden.Zij stelden stelden hun ouders uit en bleven gezond-al moesten zij het uitstel met enkele hospitalistische symptomen betalen”(K.M Wolf)

Kinderen die waren opgenomen in internaten en ziekenhuizen noemde men hospitalisme.
Het te kort aan toewijding, warmte, liefde, zorg en aandacht zou de schadelijke effecten hebben veroorzaakt
Het bestaan van de effecten van wat Bowbly hospitalisme noemt, achtte hij bewezen.

Het verzorgen van kinderen bestaat niet alleen uit bieden van onderdak,kleding en voeding.Als hier een gebrek aan is spreekt met van fysiek verwaarlozing,waar het hier ook om gaat is dat er ook sprake kan zijn van psychische verwaarlozing.
Wat ik uit de verhalen van vroeger begrijp is dat men vooral bezig was met de materiële verzorging, de rest ging wel vanzelf.Het kon een gebrek aan tijd zijn omdat andere werkzaamheden of omstandigheden ouders in beslag namen of gebrek aan inzicht.
“Is het kind tijdens de opneming lichamelijk goed verzorgd,dan kan het zeer goed ten gevolge van medemenselijke verwaarlozing in de deplorabele toestand geraken”(Hertzer 1927).
Hertzer was van mening dat kinderen die opgenomen waren in internaten, in de regel achter waren in het ontwikkelen van vaardigheden als het leggen van sociale contacten en omgaan met materialen tijdens het spelen.

In eerste plaats moesten deze kleintjes hun ouders missen, er was een risico op fysiek verwaarlozing door te kort aan. Daarnaast kon er sprake zijn van psychische verwaarlozing

Stel, je hebt in een internaat gewoond, dan is het voor iedereen anders hoe die deze tijd ervaren werd.
Boven kijf staat dat kinderen hun ouders missen, wat de omstandigheden ook waren waarvoor zij niet meer thuis konden wonen.
Als groepsbegeleiding is dat moeilijk om op te vullen, wat van belang is de kwaliteit van het contact, was er genoeg aandacht, warmte en nabijheid, nodig om je te laten groeien.

En wat is genoeg?Daar is ook iets over te vinden wat psychologische ambivalentie wordt genoemd,dan wordt je bijna verstikt door liefde en aandacht maar dat is alweer een blog op zich.

Jan van den Berg laat in zijn werk en verdere onderzoeken zien dat er onderscheid wordt gemaakt tussen hospitalisme en latere gevolgen van te kort aan liefde.
En dat het geen vast staand feit is hoe iemand ontwikkeld als deze een slecht start heeft gehad. Na behandeling kan er verandering plaats vinden op de manier hoe deze persoon denkt en terug kijkt op zijn verleden.

De kinderen die opgroeide in een oorlog kregen later ook kinderen. De oorlog was voorbij maar veel van de trauma ‘s wat deze ouders hier van over hielden, gaven zij door aan hun eigen kinderen. Onbewust, en soms op een misschien onzichtbare manier en andere vormen dan je zou denken.

Ook KOPP kinderen hebben een oorlog meegemaakt, zij het een interne & persoonlijke oorlog. Op de puinhopen van hun verleden proberen ze een leven op te bouwen.
Vroeger werd er amper over intense ervaringen gesproken. Je hing geen vuile was buiten. Nu kunnen mensen ervaren dat zij door de omstandigheden moeite hebben met hechten aan anderen.

In onze cultuur zijn we niet gewend om direct te uiten.
Het kan zijn dat je dan ook niet stil staat bij waarom je doet wat je doet.Je hebt dan een blinde spot in hoe (veer) krachtig je kan zijn.

In welke theorie je ook kunt vinden,het komt er toch op neer dat je er mag zijn?
Het belangrijkste is dat je voelt dat je er mag zijn, gezien en erkend wordt.

Stap uit de schaduw…

mail
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *