BLOG

In dit blog wil ik iets vertellen over Parental Alienation Syndrome(PAS).

Ik kwam hiermee in aanraking tijdens mijn werkzaamheden bij de afdeling Omgang na scheiding bij Jeugdzorg. De hierna beschreven praktijkervaring is gecombineerd met de theorie uit het Handboek voor scheidenen kinderen van Ed Spruijt(2010)

Wat is PAS?

Conflicten en psychologische geweld hebben specifieke gevolgen voor kinderen. In de praktijk komt het voor dat ouders hun ongenoegen delen met hun kinderen. Een voorbeeld kan zijn dat een ouder tijdens die de omgangen met het kind, uitgebreid het kind vertelt hoe”slecht” en andere ouder is. Wat is de reden dat een ouder dit doet en hoe kan een ouder bewogen worden hiermee te stoppen?

Negatieve uitlatingen van de ouder over de andere ouder kunnen ernstige gevolgen hebben voor het contact met de ouder en het welzijn van het kind. Kinderen kunnen na een scheiding ernstige problemen oplopen.Een van de problemen is PAS en heet in het Nederlands; oudervervreemding.“Dit wordt gekenmerkt door een pathologische binding tussen ouder en kind met uitsluiting van de andere ouder”(Spruijt).PAS is vaak het resultaat van vechtscheidingen en het voorkomen ervan begint bij het nemen van vroege preventieve maatregelen.

Wat zijn de kernmerken?

De Amerikaanse kindpsychiater Richard Gardner heeft PAS ontwikkeld en uitgebreid beschreven(1998). Gardner onderscheid 3 niveaus: mild, gematigd en ernstig.

Hoe herken je PAS?

  1. Er is een laster campagne tegen de andere(uitwonende) ouder aan de gang
  2. De argumenten waarmee de kinderen de laster verklaren zijn zwak en absurd.
  3. Het ontbreekt de kinderen aan ambivalente gevoelens:zij zien de uitwonende ouder als 100% slecht en de inwonende, de kinderen programmerende, ouder als 100% goed.
  4. De kinderen beweren dat het hun eigen besluit is de uitwonende ouder af te wijzen en de inwonende ouder ondersteunt deze ‘onafhankelijke houding’nadrukkelijk.
  5. Andersom ondersteunen de kinderen de uitwonende ouder krachtig.Dat kan zo ver gaan dat een kind overtuigend bewijzen van een ander afwijst.
  6. De kinderen hebben geen schuldgevoelens over hun gedrag tegenover de afgewezen ouder.
  7. De kinderen lijken in hun afwijzing van de uitwonende ouder ingestudeerde,niet bij hun leeftijd passende taal te gebruiken.
  8. De vijandigheid heeft zich uitgebreid naar de familie van de verstoten ouder.

 

Gardner geeft als voorwaarde aan dat het niet alleen de ouder is die indoctrineert, ook het kind zelf heeft een actieve rol.Zij verzinnen soms zelf de absurdste argumenten om geen contact met ouder te hoeven hebben. Als een kind zijn uitwonende ouder door het slijk haalt zonder enige schuldgevoelens,zit de verzorgende ouder er onbewogen bij volgens Gardner.

“Van mij mogen ze naar hun vader(moeder), maar u hoort het, ze willen niet”is dan een veelgemaakte opmerking.”Een ouder die zo doet, leert de kinderen geen respectvol gedrag tegen over de andere ouder en biedt daardoor geen gezonde opvoedingsomgeving”(Gardner)

Wat ik zo treffend vond bij het lezen van deze passage in hoofdstuk 5 (Spruijt,2010) over PAS is dat ik de kenmerken en het voorbeeld in de praktijk heb kunnen ervaren. In een gesprek met een verzorgende ouder werd gemeld dat het  kind in kwestie zijn vader niet wilde zien en dit zelf bedacht heeft. Als reden gaf moeder aan dat haar kind bijzonder is en voor is op zijn ontwikkeling wat betreft zijn kalenderleeftijd. Opmerkelijk was dat uitwonende ouder en het 8 jarige kind elkaar al 5 jaar niet hadden gezien.

Gardner ziet dit als kindermishandeling en pleit voor harde juridische maatregelen. Zijn onderzoek, ook in Nederland, wordt wel bevestigd maar in wetenschappelijk kringen is de theorie omstreden. Mede doordat het niet als een geldig syndroom wordt beschouwd en het om een relationeel of sociaal verschijnsel gaat.

Wat zijn de feiten?

Uit onderzoek in de Verenigde Staten en in Nederland (Scholieren en gezinnen,2010)blijkt het bij 10% van de scheidingskinderen voor te komen.Hoe sterker de mate van ouder vervreemding, hoe hoger de mate van angst, depressie en agressie bij kinderen.Op korte termijn ligt de oplossing in een vroeg stadium door ouders te leren beter te communiceren en hun conflicten te beheersen.

Psycholoog Vincent Duindam van de Universiteit van Utrecht denkt dat een oplossing voor het probleem op lange termijn ligt. Ouders moeten leren om de relatie met hun kinderen en ex-partner uit elkaar te houden.Wraakgevoelens te laten op de plaats waar ze horen, aldus Duindam.

Als vaders meer gaan zorgen, wordt ook de band tussen hen en de kinderen sterker.Dan gaan de omgangen makkelijker”(Duindam/Kormos 1999)

Wat zijn de belemmeringen?

Er ontstonden moeilijkheden rond PAS, kritiek was o.a. dat de aandacht te veel en exclusief op de aanstichter was, de programmerende ouder. Hierdoor ontstond de behoefte om PAS te herformuleren en hebben Kelly en Johnston(2001) een nieuw model ontwikkeld; Systems framework

In dit model is de aandacht op het kind gericht en wordt er aangedrongen onderscheid te maken tussen verlatingsangst,wat bij de ontwikkeling van kinderen hoort, en realistische redenen om ouder niet te zien(bv. bij geweld en oudervervreemding)Dit is een hulpmiddel bij beoordelingen van de vele, onderlinge gerelateerde factoren die de reacties van een echtscheiding beïnvloeden.

Het gaat om een reeks factoren die vervreemding bij een kind kunnen veroorzaken of consolideren(ernstige huwelijksconflicten,vernederende scheiding,persoonlijkheid en gedrag van beide ouders, ontwikkelingsniveau en temperament van het kind, langdurig procederen en professioneel wanbeleid).Interveniërende factoren(gedrag en opvattingen van ouders, relatie met broertjes en zusjes, kwetsbaarheid van het kind)kunnen de reactie matigen of juist versterken” (Kelly & Johnston).

Wat zijn de kernmerken?

Voorbeelden van vragen om PAS te meten zijn:

  1. Spreekt het kind alleen maar zeer negatief over uitwonende ouder?
  2. Beschouwt het kind de uitwonende ouder niet als familielid?
  3. Heeft het kind argumenten voor de laster tegen de uitwonende ouder?
  4. Gelooft het kind alles wat de verzorgende ouder zegt?
  5. Zegt het kind dat het helemaal zelf de uitwonende ouder afwijst?
  6. Zoekt het kind steeds de bevestiging bij de inwonende ouder?
  7. Voelt het kind zich in het geheel niet schuldig over de afwijzing van de uitwonende ouder?
  8. Spreekt het kind zichzelf voordurend tegen?
  9. Antwoord het kind niet spontaan?
  10. Wil het kind geen enkel contact met de familie van de andere ouder?
  11. Zegt het kind nooit iets over de inwonende ouder tegen de uitwonende ouder?
  12. Is het kind erg bang de inwonende ouder te verliezen?
  13. Was de band met de uitwonende ouder voor de scheiding goed?
  14. Zegt het kind dat de uitwonende ouder hem ongelukkig maakt?

Conclusie

Johnston concludeert dat juridische maatregelen(Gardner)het lijden van kinderen onder de conflicten van ouders alleen maar versterkt. Daarentegen vindt hij het een vereiste dat er nauwkeurig onderzoek gedaan wordt door gedragsdeskundigen naar de verschillende factoren die oudervervreemding veroorzaken.Naast het toepassen van gezinstherapie, is het nodig om het contact tussen ouder en kind te herstellen.Indien van toepassing, verdient het de aanbeveling om het gezamenlijke gezag soepeler toe te passen(Johnston)

Kinderen met PAS lopen grote kans op ernstige loyaliteitsconflicten, lichamelijk en emotionele mishandeling omdat ernstige en chronische ouderconflicten hier aan ten grondslag liggen. Ook lopen ze significant meer risico op een ongunstige ontwikkeling, een laag zelfbeeld en alcohol -en drugsgebruik.Scheidingskinderen zijn extra kwetsbaar voor loyaliteitsconflicten omdat zij het gevoel hebben te moeten kiezen tussen vader en moeder

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *